De Standaard 12/11/2013

Hilde Kieboom in De Standaard: Stop de Euthanasietrein

Nu ook de Senaat zich opmaakt om euthanasie wettelijk mogelijk te maken voor minderjarigen, wil HILDE KIEBOOM oproepen tot een nieuwe, grondige bezinning. Want de druk die de wet op zieke en zwakke mensen legt, en hen het gevoel geeft dat ze een last zijn, mag niet worden onderschat.


Ons land maakt zich op om als enige land ter wereld iedere leeftijdsgrens voor euthanasie af te schaffen. Nochtans wijst de praktijk uit dat zo’n uitbreiding van de wet praktisch zonder voorwerp is: tal van kinderartsen en verpleegkundigen getuigen dat een overtuigde doodswens bij zieke kinderen en jongeren amper voorkomt. Hun levenswil is zelfs in moeilijke omstandigheden van een naderende dood vele malen sterker dan hun eventuele verlangen er een einde aan te maken.

 

De praktijk in Nederland, waar kinderen vanaf twaalf jaar voor euthanasie in aanmerking komen, toont aan dat er geen nood aan is. Sinds 2006 is er geen enkel geregistreerd geval, zelfs niet onder de dertig jaar. Waarom dan toch deze wet goedkeuren?

 

Het komt ons voor dat dit voorstel niet zozeer is ingegeven door een dringende noodzaak op de ziekenhuisvloer. Eerder is het een ideologisch project om de juridische grendels op euthanasie van de wet van 18 mei 2002 een voor een te doen springen. De Centrale Vrijzinnige Raad stelt in een recente verklaring al nieuwe wetswijzigingen in het vooruitzicht: euthanasie moet ook mogelijk worden voor psychisch lijdende minderjarigen – ongetwijfeld een veel omvangrijker groep, getuige de vele zelfdodingen onder jongeren – en ook voor mensen die wilsonbekwaam zijn geworden. En nu het aantal hoogbejaarden die lijden aan dementie toeneemt, vormen ook zij een enorme groep die potentieel voor euthanasie in aanmerking zou komen. In deze politieke evolutie zien wij onze vrees van tien jaar geleden bevestigd: zodra het wettelijk taboe op het doden van een medemens op diens verzoek is opgegeven, zwaait de deur almaar verder open. Vandaar onze vraag: wie stopt de euthanasietrein?

 

Het verlangen om te leven ondermijnd

 

Het fysieke en psychische lijden van medemensen, kinderen en anderen, vormt al sinds mensenheugenis een ethisch appel aan hun omgeving en de samenleving om de zorg voor hen op te nemen. Rond een ziekbed ontstaan vaak onverwachte vormen van solidariteit en menselijke warmte. De vooruitgang van de medische wetenschap, met steeds effectievere pijnbestrijding, maakt bovendien dat fysiek lijden almaar beter kan worden beteugeld. Te vrezen valt dat een nieuwe wettelijke poort voor euthanasie onze samenleving almaar meer van haar verantwoordelijkheid tegenover de lijdenden ontslaat.

 

Want de maatschappij zegt niet langer tot de zieke: ‘We gaan je ten volle ondersteunen met al onze middelen zolang we kunnen’, maar vraagt hem of haar nu: ‘Denk er toch maar eens over na. Wil je zo eigenlijk nog wel leven?’ Zo ondermijnt ze subtiel bij zieken en hun omgeving het verlangen om te blijven leven en zich te verzetten tegen een eventueel doodsverlangen. Is dat niet pervers in een samenleving die nochtans sterk inzet op zelfmoordpreventie? Veel meer nog dan bij kinderen, zal die redenering wegen op ouderen die zich voelen verzwakken.

 

Het kind voelt zich een last

 

De zorg voor zieken kost onze samenleving veel: aan geld, tijd en energie. Nu al hopen velen die in hun omgeving met psychisch lijden of ongeneeslijke ziekten worden geconfronteerd, in stilte of uitgesproken, dat de lijdende niet meer al te lang onder de levenden moet vertoeven en tijdig zal plaatsmaken. Die impliciete of soms expliciete druk op zieke en zwakke mensen moet meer in rekening worden gebracht. Zo wordt de ouderlijke toestemming die nodig is voor minderjarigen ons voorgesteld als een juridische grendel en een vetorecht. In de praktijk zal het vaak eerder andersom zijn: ouders die beginnen te hopen dat hun doodzieke kind niet te lang meer zal leven, kinderen die aanvoelen dat ze een last voor hun ouders zijn en zich daardoor aangespoord weten een einde aan hun leven te laten maken.

 

Als een soort van collectieve verdwazing verheerlijkt onze samenleving almaar meer de zelfgekozen medisch geassisteerde dood als een vooruitgang van de beschaving en het summum van menselijkheid. Sta ons toe daarover fundamenteel van mening te verschillen. Eerder openen de almaar groeiende wettelijke mogelijkheden op euthanasie de deur voor een nieuwe vorm van barbarij: de collectief toegejuichte zelf-eleminatie van zieke en zwakke mensen.

 




Hilde Kieboom, voorzitter van de Gemeenschap van Sant'Egidio in de Lage Landen