De Standaard 04/30/2014

De Standaard – “Het was niet God, het was mensenwerk”

Rita Winterstein-Prigmore moet zowat de jongste overlever van de Holocaust zijn. Haar tweelingzusje Rolanda overleefde de medische nazi-experimenten op zigeuners niet. Al jaren getuigt ze tegen het nieuw opstekende racisme, overal in Europa. ‘Op de jeugd rust de zware verantwoorde-lijkheid om het niet opnieuw te laten gebeuren.’


Ze is 71 en, dank u zeer, gezond en wel. Van het litteken dat nazi-artsen haar als baby in 1943 toebrachten, toen ze giftig methyleenblauw in haar schedel spoten in een vergeefse poging om haar ogen van kleur te doen veranderen, is op het eerste gezicht niets te merken. ‘Wil je het zien? Het zit hier, verstopt onder mijn haar. De spuit ging er bovenaan in, om die vreselijke vloeistof tot achter mijn ogen te krijgen.’

 

Rita Winterstein-Prigmore hield er een levenslange gevoeligheid voor migraine en aanvallen van bewusteloosheid aan over. Ze had als kind zo’n zwakke gezondheid dat ze maar op haar achtste voor het eerst naar school kon en op haar veertien jaar al vrijgesteld werd van schoolplicht.

 

Grafzerkje

Het duurde tot 1988 voor een Duitse rechtbank haar een schadevergoeding toekende. Drie gerechtelijke procedures moest haar moeder Theresia daarvoor aanspannen. Tientallen medische tests moest Rita telkens weer ondergaan. Met het beetje geld dat ze uiteindelijk kreeg, kocht ze een mooie grafsteen voor haar babyzusje Rolanda, dat minder geluk had. De rechtbank vergoedde alleen haar gemiste schoolcarrière en kent haar daarvoor ook een kleine maandelijkse toelage toe.

 

Om nog eens te procederen over de grond van de zaak, had ze de fut niet meer.

 

‘De zigeuners zijn maar laat, en niet van harte, als slachtoffers van de Holocaust erkend’, zegt de Vlaamse historicus Koenraad De Wolf. Hij publiceerde zopas het boek ‘Blauwe ogen’, dat het verhaal vertelt van Rita en haar familie, de hele clan Winterstein, die in de jaren dertig en veertig in het Duitse Wurzburg woonde. Twaalf leden van de familie werden vermoord, de meesten onder hen in het zigeunerkamp van Auschwitz II Birkenau, waar de gevreesde nazi-arts Josef Mengele gretig op hen experimenteerde. Slechts drie jonge familieleden kwamen terug.

 

‘Er woonden voor de oorlog zowat dertig zigeunerfamilies in Wurzburg’, zegt Rita. ‘Slechts vijf of zes families hebben het overleefd.’

 

Opmeten

Al voor de oorlog uitbrak, werden zigeuners in Duitsland opgeroepen om zich te laten opmeten. ‘Gabriel Reinhardt, de latere vader van Rita, is in 1938 opgemeten’, zegt De Wolf. ‘Dat gebeurde met Duitse gründlichkeit: alleen al de beschrijving van zijn hoofd nam vier A4-bladen in beslag.’

 

Tegelijkertijd werd gekeken wie ‘volbloedzigeuner’ was, en wie van ‘gemengd ras’. De Wolf legt uit: ‘Er werd een heel andere logica toegepast op zigeuners dan op joden. Terwijl volbloed-joden door de nazi’s als het laagste werden gezien, werden zogenaamde volbloed-zigeuners als “raszuiver” beoordeeld, vanwege de verwantschap die ze zouden hebben met het “Arische” volk.’

 

Sterilisatie

Theresia en haar familie vielen onder het gros dat als mengbloedzigeuner werd bestempeld. Ze zou gedwongen gesteriliseerd worden: de eerste stap op weg naar de uitroeiing van hun volk.

 

‘Familie en nakomelingen zijn voor de zigeuners ontzettend belangrijk’, zegt De Wolf. ‘De gedwongen sterilisatie, waaraan tijdens het nazibewind minstens 400.000 mensen zijn onderworpen, werd door hen als erg vernederend ervaren. Dat verklaart waarom de familie uiteindelijk besliste om Theresia’s jongere broer Otto op vijftienjarige leeftijd naar Auschwitz te laten vertrekken. Omdat hij jong en sterk was, had hij een kans om het te overleven, zo oordeelde de clan. Beter dat risico te nemen, dan hem ook te laten steriliseren.’

 

De opzet slaagde. Otto kwam terug uit de hel, trouwde en kreeg kinderen. Net als Rita, die een zoon, een dochter en drie kleinzonen heeft. Die kleinkinderen hebben toevallig alledrie... blauwe ogen.

 

Nog voor ze gesteriliseerd zou worden, was Theresia immers plotseling zwanger. De Zigeunerpolizei beloofde haar voorlopig te sparen, als ze ermee akkoord ging dat haar kinderen staatseigendom werden. ‘Vier weken na de bevalling werden haar kinderen thuis opgehaald’, zegt De Wolf.

 

Propaganda

Net daarvoor moest Theresia samen met Gabriel, de vader van haar kinderen, de baby’s nog even mee uit nemen voor een wandeling door de stad. Leden van de Kriminalpolizei lopen achter hen aan en ze worden dwingend verzocht om breed te lachen.

 

Er wordt een foto gemaakt. Voor propanda in het buitenland: ‘Kijk maar, zó goed worden zigeuners door het nazibewind behandeld.’

 

Een paar dagen later al kwam Rita’s tweelingzusje om, ten gevolge van de ‘behandeling’ die nazi-dokter Werner Heyde haar gaf.

 

Die man kon na de oorlog aan vervolging ontsnappen, dook met een valse identiteit onder en werd pas in 1959 opgepakt. Vijf jaar later, aan de vooravond van zijn proces, pleegde hij zelfmoord in zijn cel.

 

‘Velen wisten al langer wie hij was, en wat hij in de oorlog had gedaan’, zegt De Wolf. ‘Maar na de oorlog hielden al die oud-nazi’s elkaar de hand boven het hoofd. Dat is al langer bekend. Maar in het verhaal van Rita en haar moeder komt het weer zo schrijnend naar voren. Hoe velen na de oorlog ongemoeid bleven, en hoeveel moeite de slachtoffers moesten doen om erkenning te krijgen. Ik blijf dat onthutsend vinden.’

 

Familie gered

Rita moest een jaar in de kinderkliniek van Wurzburg blijven, zonder dat haar moeder haar mocht zien. Niemand weet aan welke experimenten ze daar nog is blootgesteld. Begin ‘44 mocht ze terug naar huis. De Wolf: ‘Daarmee viel de bescherming van Theresia weg. Dat is een van de redenen waarom ze snel met Gabriel is getrouwd. Hij was een ‘volbloedzigeuner’ en werd als dusdanig niet vervolgd.’

 

‘Gabriel Reinhardt heeft de hele oorlog viool gespeeld in orkesten die de Duitse soldaten achter het front moesten entertainen. Slechts af en toe kwam hij terug naar Wurzburg. Gabriel en Theresia hebben nooit samengewoond en hun huwelijk heeft niet standgehouden. Maar het heeft de tak van de familie wel langer uit de greep van de nazi’s gehouden.’

 

Dus Rita heeft een deel van haar familie gered? Ze grijpt mijn hand vast als ik het zeg. ‘Thank you’, zegt ze. En ja, ze is met een speciale reden op de wereld gekomen. Onder de bescherming van de internationale Sint-Egidiusgemeenschap reist ze rond om er voor oud en jong over te spreken.

 

Mensenwerk

‘Jongeren in Sevilla vroegen mij gisteren nog hoe ik nog kan blijven geloven in een God die zoiets heeft toegestaan? Maar dat heeft hij niet gedaan. Wie heeft Hem aan het kruis genageld? Dat was óók mensenwerk.’

 

Ze vraagt hen bij elke lezing om op te komen tegen racisme en om te verhinderen dat eenzelfde genocide zich weer zou voordoen. ‘Het zou kunnen, hoor, als je ziet hoe minderheden en vreemdelingen overal in Europa gediscrimineerd worden. Vroeger waren wij het. Nu zijn het de Turken en de zwarten en de moslims die in de hoek worden gedreven. Ook de Roma hebben het hard te verduren. Ik ben bezorgd.’

 

‘Zeker nu de nieuwe rechtse partijen zoveel aanhang winnen. In mijn geliefde Duitsland, mijn vaderland, is een nieuwe nazipartij opgestaan. Dat dat zomaar getolereerd wordt! Is het geheugen van de Duitsers dan zo kort?’

 

Ze vindt niet dat de huidige generatie nog schuld draagt aan wat is gebeurd. ‘Maar ze dragen wel de verpletterende verantwoordelijkheid om het niet wéér te laten gebeuren.’

 

En voorts maant ze haar toehoorders vooral aan om niet haatdragend zijn. Dat leerde ze van haar grootvader Papo, die de zigeunerwaarden van vrijheid, optimisme, humor en mensenliefde aan haar doorgaf.

 

‘Haat brengt vernietiging en komt als een slag terug in je eigen gezicht. Liefde brengt tevredenheid en schoonheid in je hart.’

 

Rita Winterstein-Prigmore en Koenraad De Wolf, Blauwe ogen, uitg. bij Lannoo, 229 blz.




Veerle Beel