De Standaard 06/27/2014

De Standaard: ‘De slachting van Aleppo moet stoppen’

Al twee jaar wordt het Syrische Aleppo belegerd, al twee jaar zitten de twee miljoen inwoners gevangen in een kluwen van gevechten tussen rebellen en regime. Waar blijven de humanitaire corridors, vraagt Andrea Riccardi, waar blijft het staakt-het vuren?

 


Aleppo is een unieke stad, gelegen op het kruispunt van beschavingen. Ze werd door de Unesco uitgeroepen tot erfgoed van de mensheid, maar ligt vandaag in puin. Haar prachtige citadel is gebombardeerd, de middeleeuwse soek platgebrand, de moskee van de Omeyyaden is een slagveld. En vooral: vele mensenlevens gaan verloren.

 

Toch kijken we de andere kant op. Of we berusten. Al twee jaar wordt er slag geleverd om Aleppo. In juli 2012 begonnen de gevechten. Toch zijn de twee miljoen inwoners ter plaatse gebleven, en ook het meer dan duizend jaar oude samenleven van moslims en christenen houdt stand. De stad is opgedeeld: de meeste wijken zijn in handen van troepen die trouw zijn aan het regime, terwijl andere zones onder controle staan van de rebellen – al werd hun opmars sinds de zomer van 2012 tot staan gebracht. Op hun beurt worden de rebellen door regeringstroepen in de tang genomen vanuit het zuidwesten. De inwoners kunnen de stad niet verlaten omdat die omsingeld is door de oppositiegroepen, onder wie onverzoenlijke en bloeddorstige radicalen. De door de regering gecontroleerde zones verlaten, betekent je leven riskeren.

 

Dat ondervonden twee bisschoppen van Aleppo: de Syrisch-orthodoxe metropoliet Gregorios Ibrahim en de Grieks-orthodoxe Bisschop Paul Yazigi. Beiden zijn al meer dan een jaar ontvoerd. Aleppo is de derde ‘christelijke stad’ van de Arabische wereld, na Caïro en Beiroet. Er waren 300.000 christenen.

 

Dood om iedere hoek

De bevolking lijdt. De luchtmacht van de Syrische president Bashar al-Assad bombardeert de zones die in handen zijn van rebellen met raketten en allerhande explosieven. De rebellen beschieten de andere wijken met mortieren en ander geschut. Er heerst hongersnood en er is een schrijnend gebrek aan medicijnen. Jihadistische groepen namen hun toevlucht tot een verschrikkelijk wapen: het afsnijden van de watertoevoer. Via ondergrondse tunnels blaast men vijandelijke gebouwen op. In deze vreselijke oorlog loert de dood om iedere hoek.

 

We moeten niet alleen de monumenten redden van deze vijftigduizend jaar oude stad. We moeten mensenlevens redden, en het eeuwenoude samenleven van Arabieren, Armeniërs, Koerden, Turken, Tsjerkessen, die van Aleppo een symbool van samenleven maakten. En vooral moet deze slachting die al twee jaar duurt dringend worden gestopt. We mogen niet langer wachten.

 

Een internationale tussenkomst kan Aleppo bevrijden van de belegering. Vooral die regeringen die het meest betrokken partij zijn, moeten meer hun verantwoordelijkheid nemen: de Turkse regering die de rebellen steunt, en de Russische regering die dicht bij Assad staat. Aleppo redden is meer waard dan het kiezen van een kamp.

 

Staakt-het-vuren

Er moeten humanitaire corridors komen waardoor hulpgoederen de burgerbevolking kunnen bereiken. En dan moet men onderhandelen tot men een akkoord vindt over het staakt-het-vuren en van Aleppo een soort neutrale stad maken. Anders wordt samen met Aleppo ook onze waardigheid ten grave gedragen. Troepen van de Verenigde Naties kunnen de partijen van elkaar scheiden. Dat vraagt zeker tijd en ook medewerking van Damascus. Maar ondertussen sterven de inwoners van Aleppo. We moeten de vrede opleggen in naam van al wie lijdt: een soort van ‘Aleppo – open stad’.




Andrea Riccardi, stichter van de Gemeenschap van Sant'Egidio