logo_tertio 08/08/2012

Het geschenk van tranen

Uit heel West-Europa verzamelden 400 jongeren van 16 tot 24 jaar in Krakau op uitnodiging van de Sint-Egidiusgemeenschap om vijf dagen van hun vakantie over de Shoah te leren en over de wereld na te denken. Het was in alle opzichten bijzonder. Monika Stolarczyk was een van de Belgische deelnemers.


Jongeren uit Spanje, Portugal, Italië, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Zweden, Nederland en België kwamen in Krakau aan met weinig voorkennis over wat er zeventig jaar geleden was gebeurd. Sommigen wisten al iets, dat er ooit vele joden en zigeuners werden vermoord, maar waarom en waar, dat was niet zo duidelijk. Uit België gingen tachtig jongeren mee: rijk en kansarm, leerlingen van 16 jaar en afgestudeerde jongvolwassenen van 24 jaar, vreemdelingen en Belgen, katholieken, atheïsten, maar ook moslims.

 

Blij te weten

Op voorhand gaven wij op scholen en hogescholen getuigenis over deze reis om jongeren en studenten uit te nodigen en uit te leggen waarom het belangrijk is juist dit deel van de geschiedenis goed te kennen. Velen gingen op de uitnodiging in. En achteraf hadden ze daar geen spijt van. Bij de meesten was in het begin het gevoel dubbelzinnig: ze waren blij veel nieuwe jongeren te leren kennen, maar ze vroegen zich af waarom ze die gruweldaden moeten bestuderen. De les van hoogleraar Claudio Betti die speciaal daarvoor uit New York was gekomen waar hij geschiedenis van de Shoah doceert, vormde een oogopener. Hij legde toegankelijk uit hoe de mechanismen toen werkten en wat er precies is gebeurd.

Het is waar, het was en is niet gemakkelijk te begrijpen hoe het mogelijk is dat er zo veel kwaad anderen wordt aangedaan. Maar de reacties van de jongeren waren duidelijk: ze waren blij om te weten. En ze waren dankbaar wanneer ze naar de getuigenissen van de twee overlevenden mochten luisteren: Sinti-zigeunerin Rita Prigmore en rabbijn David Brodman uit Israël. Twee verschillende verhalen, twee verschillende werelden, maar beiden waren als kinderen bestemd om niet meer te bestaan. Ze verloren hun familie grotendeels in Auschwitz en werden alle twee op een wonderlijke manier gered. Prigmore overleefde medische experimenten op haar lichaam, maar haar tweelingzus overleefde het niet. Rabbijn Brodman werd door een nazi van een transportlijst naar Auschwitz weggehaald en bleef zo in Theresienstadt.

 

Blijven herinneren

Er werden veel vragen gesteld na die twee getuigenissen. Jongeren waren nieuwsgierig naar hun verhalen. Er heerste grote openheid. Ze vroegen hoe de overlevenden nu terugblikken op wat er toen met hen gebeurde en gebeuren kon, en of ze weten waarom precies zij overleefden en de anderen niet, en of ze nog altijd kwaad zijn op wat er hen is aangedaan. Die getuigenissen, die twee op wonderlijke manier geredde levens, vormden een brug tussen toen en nu. De gastsprekers gaven aan de jongeren een cruciale opdracht mee: zich blijven herinneren, de geschiedenis kennen, hoe moeilijk en onbegrijpelijk ze mag zijn, vechten tegen de onwetendheid, getuigen zijn en vechten tegen alle vormen van racisme en discriminatie, op plaatsen waar ze leven. 

Inderdaad, de jongeren hebben het heel goed begrepen. Binnenkort zijn er geen overlevenden meer, geen ooggetuigen meer. De opdracht om te herinneren ligt nu bij ons. Het is onze verantwoordelijkheid want “wie vergeet, is gedoemd te herhalen”. De tranen bij het bezoek aan Auschwitz tijdens de rondleiding in het kamp en tijdens de serene ceremonie in Birkenau waar de jongeren kransen neerlegden bij het monument van de slachtoffers, werden aangevoeld als een groot geschenk. Wie Auschwitz zag, al die stapels van menselijk haar, koffers, brillen, schoenen, speelgoed van kinderen; wie de overgebleven gaskamer binnenging en in de crematoria heeft gestaan, kan niet meer als dezelfde mens naar buiten gaan. Rabbijn Brodman en zigeunerin Prigmore gingen met ons mee. Samen met de jongeren wandelden ze tussen de barakken en crematoria waar hun naasten werden vermoord. En samen met hen weenden we. Die tranen waren een geschenk. De jongeren zagen en voelden dat ze in staat zijn over anderen te wenen. Dat is een sterk gevoel. 

 

Medelijden

En het is goed dat onze gastsprekers direct een parallel trokken met de wereld nu. Want ook nu zijn er mensen die lijden, plaatsen waar oorlog heerst en onschuldigen worden vermoord, plaatsen waar kinderen sterven. Het is onze roeping medelijden te hebben met hen die lijden. Het is onze diepste roeping ons tegen elke vorm van het kwade, tegen racisme en discriminatie te verzetten. In de meest trieste plaats kregen wij het geschenk van medelijden.

En het was mooi dat we daar samen waren, als jongeren van Sant’Egidio, als jongeren van Europa – een Europa dat geboren is door de pijn van Auschwitz –, dat we samen deze weg bewandelden, dat we elkaar moed gaven. Ondanks zo vele verschillen bleven we verenigd. Alleen maar samen, kunnen we het verschil maken. Niet voor het verleden, want dat kan niet meer worden veranderd; maar wel voor het heden en voor de toekomst. Ja, we willen de wereld opbouwen waar niemand uitgesloten leeft, waar vrede en gerechtigheid heersen en waar al het kwade met het goede wordt overwonnen. Dat is de opdracht die we daar in Auschwitz allemaal meekregen: niet alleen maar trieste toeschouwers zijn, maar de wereld, onze samenleving, actief opbouwen door anderen, vooral degenen die lijden, te dienen.




Monika Stolarczyk