04/21/2012

Nederlands Dagblad – Sporen van het Koninkrijk

Midden in Rome, op een kilometer afstand van het Vaticaan, heb ik sporen gevonden van Gods koninkrijk.


 In een kerkje in de wijk Trastevere, waar ooit de eerste christenen zich vestigden, luister ik naar intense, warme liederen, die door de honderd aanwezigen uit hun hoofd worden meegezongen: ‘U luistert naar de rechtvaardigen’, ‘Hij zal de tranen van onze ogen afwissen’, ‘Hij zal de herder zijn van één kudde’ – en dat alles in mineur, met een ingehouden verwachting van een nieuwe wereld die gaat komen.

 Na de dienst blijft iedereen hangen. Vrienden, zo te zien. Ze komen hier elke dag, vertellen ze, uit hun werk, of nadat ze bij hun projecten zijn geweest. Want elke dag zorgen ze in de stad voor duizenden ouderen, migranten, gevangenen, daklozen en jongeren. Ze noemen zich de gemeenschap van Sant’Egidio, genoemd naar het eerste.

zwartekousen

 kerkje waar ze samenkwamen, veertig jaar geleden, voordat het uitgroeide tot een wereldwijd netwerk van 40.000 mensen, die in lokale groepen hun eigen avondgebed houden. Sant’Egidio heeft drie pijlers: gebed en evangelieprediking, vriendschap met de armen, en vredeswerk. De mensen van deze beweging willen zich niet opstellen als hulpverleners, maar als vrienden van de armen. Want in hen zie je het gezicht van Jezus, zeggen ze.

Iedereen doet wat hij kan; sommigen zijn een maatje voor één persoon, anderen doen hele projecten. En iedereen wordt deel van een groep om onder andere Bijbelstudie te doen. Het bijzondere in Italië is dat niemand op het idee komt een eigen kerk te beginnen. Charismatischen, zwartekousen, mensen van Sant’Egidio – ze blijven allemaal bij de rooms-katholieke familie, die dit soort nieuwe bewegingen intussen heeft erkend, zodat ze hun eigen priesters mogen aanstellen.

geloof

Volgens Sant’Egidio is niemand te arm om een ander te helpen. Ben je illegaal? Dan kun je bij een oudere wonen, om tegen kost en inwoning voor hem of haar te zorgen. Ben je oud? Dan kun je eten maken voor de gaarkeuken – waar drie keer per week 700 mensen komen eten – en anders kun je in elk geval bidden.

Cecilia (51) is vaak te vinden in de gaarkeuken, waar ze migranten helpt met juridisch advies. Bij het avondgebed komt ze iedere dag. ‘Het voelt niet als verplichting, het voelt als noodzaak! Ik kan er opladen, ik hoor er woorden van vrede en geloof.’ Ze kwam als tiener bij Sant’Egidio, omdat ze arme mensen wilde helpen. ‘Maar gaandeweg ontdekte ik dat het juist het geloof was waardoor ik me hier thuis voelde. Ik heb hier een familie gevonden en ook een manier om met God te leven.’

familie

De beweging is intussen wereldberoemd om het bemiddelingswerk in conflictgebieden. Maar ondanks alles blijft het dagelijks werk heel persoonlijk en wordt alles gedragen door vrijwilligers. Sant’Egidio leert ons dat wij alleen maar hoeven te kiezen voor gebed en voor de armen, en dat God dan aan zijn familie bouwt.

 




Frank Mulder