Paus Franciscus tot de Gemeenschap van Sant'Egidio: de armen zijn jullie schat! - Sant'Egidio

Paus Franciscus tot de Gemeenschap van Sant’Egidio: de armen zijn jullie schat!

Begroeting

Goedenavond… niet zo heel goed! Dr. Impagliazzo heeft al gezegd dat de deuren van Rome open staan, maar ook de hemel heeft haar deuren opengezet en heeft al dit water naar beneden laten vallen en het maakt ons nat! Maar altijd met open deuren! Dank, dank dat jullie gekomen zijn. Dank dat jullie hier zijn en dank voor jullie vrijgevigheid. En ook een open hart: een open hart voor allen, allen, allen! Zonder onderscheid: “Deze vind ik aardig, die niet; deze is mijn vriend, die is mijn vijand …” Nee, iedereen, iedereen! Een open hart voor iedereen. En dit maakt dat het leven vooruit gaat. Ik dank jullie zeer en ik wens jullie geluk, ieder van jullie, jullie families, en ook jullie dromen. Dat de Heer jullie mag zegenen. En bidt voor mij. Dank! 
 
Toespraak van de Heilige Vader in de Basiliek van Santa Maria in Trastevere

Dierbare vrienden,
Dank voor jullie ontvangst: Ik ben blij om hier met jullie te zijn voor de vijftigste verjaardag van de Gemeenschap van Sant’Egidio. In deze basiliek van Santa Maria in Trastevere, die het hart is van jullie dagelijks gebed, wil ik jullie gemeenschappen, verspreid over de hele wereld, omhelzen. Ik groet jullie allen, in het bijzonder prof. Andrea Riccardi, die de gelukkige intuïtie heeft gehad om deze weg te gaan, en prof. Marco Impagliazzo voor zijn woorden van welkom. 
Jullie wilden van dit feest niet alleen een viering van het verleden maken, maar ook en vooral een vreugdevolle manifestatie van verantwoordelijkheid voor de toekomst. Dit doet denken aan de parabel uit het evangelie van de talenten, die spreekt over een man “die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf.” (Mt 25,14). Ook aan elk van jullie, van welke leeftijd ook, is minstens één talent gegeven waarop het charisma van deze gemeenschap is geschreven, het charisma dat ik, toen ik hier in 2014 kwam, heb samengevat in deze woorden: gebed (preghiera), armen (poveri) en vrede (pace): de drie “p’s”. En ik heb eraan toegevoegd: “Wanneer jullie zo voortgaan, helpen jullie het mededogen groeien in het hart van de samenleving – wat de ware revolutie is, namelijk die van het mededogen en van de tederheid, die geboren wordt in het hart -, om de vriendschap te laten groeien in plaats van de spoken van vijandschap en onverschilligheid.”

Gebed, armen en vrede: het is het talent van de Gemeenschap, gerijpt in vijftig jaar. Jullie ontvangen het vandaag opnieuw met vreugde. In de parabel echter, verbergt één knecht het talent in een gat en hij rechtvaardigt zich aldus: “Uit angst besloot ik uw talent te begraven” (v. 25). Deze man kon het talent niet investeren in de toekomst, omdat hij zich liet leiden door angst.
De wereld van vandaag is vaak ingenomen door angst – en door boosheid, zei professor Riccardi, die de zuster is van de angst. Het is een oude ziekte: in de Bijbel komt vaak de uitnodiging terug om geen angst te hebben. Onze tijd kent grote angsten tegenover de enorme dimensies van de globalisering. En die angst richt zich vaak op wie vreemdeling is, anders dan wij, arm, alsof het een vijand is. Er worden zelfs plannen gemaakt voor de ontwikkeling van de volken, geleid door de strijd tegen deze mensen. En dus beginnen mensen zich te verdedigen tegen deze personen, om te behouden wat ze hebben of wat ze zijn. De atmosfeer van angst kan ook christenen besmetten, zodat ze, zoals die knecht in de parabel, hun gave verbergen: hem niet investeren in de toekomst, niet delen met anderen, maar hem voor zichzelf houden: “Ik behoor tot deze vereniging…; ik ben van die gemeenschap…”; ze ‘vervalsen’ hiermee het leven en laten hun talent niet bloeien.

Wanneer we alleen zijn, worden we makkelijk benomen door angst. Maar jullie weg is er op gericht om samen naar de toekomst te kijken: niet alleen, niet voor zichzelf. Samen met de Kerk. Jullie hebben het gemeenschapsleven en het bestaan van het volk van God gezegend met grote impulsen, komend van het Tweede Vaticaans Concilie, dat zegt: “God heeft echter de mensen niet ieder afzonderlijk, buiten elke onderlinge verbondenheid om, willen heiligen en redden, maar Hij heeft hen willen maken tot een volk” (Lumen gentium, 9). Jullie Gemeenschap, geboren aan het eind van de jaren zestig, is dochter van het Concilie, van haar boodschap en van haar Geest. 
De toekomst van de wereld lijkt onzeker, dat weten we, dat horen we iedere dag op het journaal. Kijk hoeveel oorlogen er gaande zijn! Ik weet dat jullie bidden en werken voor de vrede. We denken aan het lijden van het Syrische volk, het geliefde en beproefde Syrische volk, van wie jullie in Europa vluchtelingen hebben ontvangen via de ‘humanitaire corridors’. Hoe is het mogelijk dat, na de tragedies van de twintigste eeuw, dit kan gebeuren met dezelfde absurde logica? Maar het Woord van de Heer is licht in de duisternis en geeft hoop op vrede; het helpt ons om geen angst te hebben, ook niet tegenover de kracht van het kwaad.

Jullie hebben de woorden van de psalm opgeschreven: “Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad” (Ps 119, 105). Vreugdevol hebben wij het Woord van God in ons midden beluisterd. In dezelfde geest hebben jullie het voorstel verwelkomd dat ik deed aan elke gemeenschap aan het einde van het Jaar van Barmhartigheid: dat één zondag per jaar gewijd zou worden aan het Woord van God (cfr. Misericordia et misera, 7). Het Woord van God heeft jullie in het verleden beschermd voor de bekoring van de ideologie, en het bevrijdt jullie van de intimidatie van de angst. Daarom spoor ik jullie aan om de Bijbel steeds meer lief te hebben en ter hand te nemen. Daarin vindt iedereen de bron van barmhartigheid voor de armen, voor hen die verwond zijn door het leven en door de oorlog. Het Woord van God is de lamp waarmee we naar de toekomst moeten kijken, ook naar die van deze gemeenschap. In het licht van deze lamp kunnen we de tekenen van de tijd lezen. De zalige Paulus VI zei: “de ontdekking van de ‘tekenen des tijds’ [...] leidt tot een vergelijking van het geloof met het leven”, zodanig dat “de wereld voor ons een boek wordt.” Een boek om te lezen met de blik en het hart van God. Dat is de spiritualiteit die komt van het Concilie, dat een groot en aandachtig mededogen voor de wereld aanleert.

Sinds het ontstaan van jullie Gemeenschap is de wereld ‘globaal’ geworden; de economie en de communicatie zijn als het ware ‘verenigd’. Maar voor veel mensen, in het bijzonder voor de armen, zijn nieuwe muren opgericht. Verschillen bieden gelegenheid tot vijandigheid en conflict, maar ook tot het bouwen aan een globalisering van solidariteit en van geest. De toekomst van de geglobaliseerde samenleving is: samenleven. Dat ideaal vraagt opnieuw de inzet om bruggen te bouwen, de dialoog open te houden, elkaar te blijven ontmoeten.
Dat is niet alleen een taak voor de politiek of organisaties. Eenieder is geroepen om zijn eigen hart te veranderen, om met een barmhartige blik naar de ander te kijken, om bewerker van vrede en profeet van barmhartigheid te worden. De Samaritaan uit de parabel zorgt voor de halfdode man op straat, omdat hij “medelijden kreeg toen hij hem zag liggen” (Lc 10, 33). De Samaritaan had geen bijzondere verantwoordelijkheid voor de gewonde man, en hij was een vreemdeling. Toch zorgde hij voor de man, omdat hij een blik van barmhartigheid had. Een christen is door zijn roeping broer van elke mens, in het bijzonder de arme, en ook als het zijn vijand betreft. Zeg nooit: “Wat heb ik ermee te maken?” Dat zijn mooie woorden om je handen te wassen in onschuld! “Wat heb ik ermee te maken?” Een barmhartige blik verplicht ons tot een creatieve en stoutmoedige liefde, waaraan veel behoefte is! We zijn broers en zussen van allen, en daarom zijn we profeten van een nieuwe wereld. En de Kerk is teken van eenheid van de mensheid, tussen volkeren, families en culturen.

Ik zou willen dat deze verjaardag een christelijke verjaardag is: niet het moment om de resultaten of de moeilijkheden te meten; niet het moment om de balans op te maken, maar het moment waarop het geloof is geroepen tot nieuwe stoutmoedigheid voor het Evangelie. Stoutmoedigheid is niet de moed voor één dag, maar het geduld van een dagelijkse zending in de stad en in de wereld. Het is de zending om geduldig het menselijke weefsel van de periferie te vernieuwen, dat door het geweld en de armoede werd gescheurd; om het Evangelie te communiceren vanuit de persoonlijke vriendschap; om te laten zien hoe een leven werkelijk menselijk wordt wanneer het naast de armsten wordt geleefd; om een samenleving te creëren waarin niemand meer vreemdeling is. Het is de zending om grenzen en muren te overstijgen om te verenigen.
Ga vandaag, meer nog dan vroeger, stoutmoedig voort op deze weg.

Blijf de kinderen uit de periferieën nabij met de Scholen van Vrede, die ik heb bezocht. Blijf de ouderen nabij; voor sommigen hebben ze afgedaan, maar voor jullie zijn het vrienden. Ga door met het openen van humanitaire corridors voor wie op de vlucht zijn voor oorlog en honger. De armen zijn jullie schat!

De apostel Paulus schrijft: “Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u [...] Maar u bent van Christus en Christus is van God” (1 Kor. 3, 21.23). Jullie zijn van Christus! Dat is de fundamentele zin van jullie geschiedenis tot vandaag, maar het is bovenal de sleutel om de toekomst mee tegemoet te treden. Jullie zijn altijd van Christus in het gebed, in de zorg voor jullie kleinste zussen en broers, in het zoeken naar vrede, want Hij is onze vrede. Hij zal met jullie meegaan, jullie beschermen en leiden. Ik bid voor jullie en bidt voor mij. Dank.