Wonen en zorg voor ouderen in tijden van Corona en Eenzaamheid

6 april 2020

De afstand tussen de huizen aan weerszijden van de smalle steeg in de Kammenstraat bedraagt minstens drie keer de coronamaat. In het open raam aan de ene kant spelen twee kleuters van het Syrische gezin poppenkast. De bewoners van het woonzorgcentrum Simeon en Hanna aan de overkant genieten. Geschater over en weer
. Onze handel en wandel mag dan voorlopig in een digitaal keurslijf zitten, de menselijke creativiteit kent geen grenzen.

Behalve creatief zijn we ook pragmatisch. Op de vraag of het allemaal wel lukte, antwoordde een hoogbejaarde vriendin: “ja hoor, we trekken ons plan gelijk ne goeien Belg”. Inderdaad. We trekken ons plan. En al is wat we meemaken te erg voor woorden, toch moeten we zeggen: we doen het niet zo slecht. Of we ons nu thuis vervelen of een moeilijke combinatie van job en kinderen het hoofd trachten te bieden, of we actief zijn aan het medische front of in de zorg voor wie hulpbehoevend is, of een adviserende of bestuurlijke verantwoordelijkheid hebben, iedereen is mee en geeft het beste van zichzelf. Dit is nieuw voor iedereen en we moeten er samen door, zo klinkt het.

Nieuw voor iedereen? Voor heel wat ouderen in onze samenleving ziet maart 2020 er net hetzelfde uit als februari 2020. Ze krijgen deze maand geen bezoek en kregen er vorige maand ook geen. Ze mogen nu hun kamer of huis niet meer uit, toen konden ze dat ook al niet of nauwelijks. De coronacrisis zet het lot van ouderen in de schijnwerpers. Er heerst grote bezorgdheid over het isolement van bewoners van wzc’s en serviceflats. Terecht. Gezinnen met kinderen wenden alle middelen aan om in contact te blijven met de grootouders. Mooi. Het belang van die banden wordt in alle media dik in de verf gezet. Goed zo. Maar hoe rijm je dit met een samenleving waar de eenzaamheid een epidemie is die nog meer ouderen treft dan het coronavirus? Waar ouderen gebukt gaan onder het gevoel niet mee te tellen of zelfs een last te zijn? Dit moet ons doen nadenken. We mogen dit momentum om de plaats en de rol van de ouderen in onze samenleving onder de loep te nemen, niet laten voorbijgaan. En hierbij hoort ook een reflectie over wonen en zorg.

De Gemeenschap van Sant’Egidio deelt al jarenlang lief en leed met wie oud is. Of het nu om hulpbehoevende ouderen of actieve (soms hoogbejaarde) vrijwilligers gaat, wat altijd weer opvalt is de kracht van ouderen om mensen samen te brengen, in het bijzonder de verschillende generaties. Kinderen zijn gefascineerd door wie vele tientallen levensjaren op de teller heeft. Jongeren gaan met plezier hun bejaarde vrienden in het rusthuis opzoeken, die altijd vol verwachting uitkijken naar hun komst. Ouderen hebben tijd, een kostbaar goed dat nooit devalueert. Ze houden families bijeen maar bezitten ook de gave om over de grenzen van bloedverwantschap heen familie te vormen. En dat is goed nieuws voor wie, jong of oud, geen verwanten heeft of ook in coronavrije tijden om een of andere reden hun nabijheid moet missen. Als er iets is, wat de huidige crisis duidelijk blootlegt, dan is het wel onze nood aan verbinding. Ouderen, ja ook wie zwak en hulpbehoevend is, kunnen hier een belangrijke rol spelen. Volgens het Nationaal Geluksonderzoek van de Universiteit Gent van 2018, zegt bijna de helft van de Belgen te lijden onder eenzaamheid. Toch blijft het enorme potentieel van een gestaag groeiende oudere bevolkingsgroep quasi onaangeroerd. Dwaasheid of schuldig verzuim?

Wie inziet wat voor menselijk kapitaal er in de ouderen schuilt, beseft meteen ook dat de al te trage overgang van een institutionele aanpak naar wonen en zorg op maat een boost nodig heeft. Er zijn zoveel eenvoudige middelen om mensen het leven aangenamer te maken en het gevoel van zinloosheid te verdrijven: hulpbehoevende ouderen zoveel mogelijk zelf laten doen, waardoor de nadruk verschuift van de beperkingen en de gebreken naar wat wel nog kan; rusthuisbewoners de kans bieden om mee te helpen in het huishouden; vrijwilligers inschakelen die gezelschap bieden als voornaamste taak hebben; nuttige of zinvolle bezigheden voorstellen volgens de mogelijkheden van eenieder, en animatie herleiden tot wat ze zou moeten zijn: ontspanning na gedane ‘arbeid’. Het spreekt voor zich dat kleinschalige woonvormen zich hier het best toe lenen. Laten we ons hierop toeleggen, om na de Corona-epidemie ook de anonimiteit en eenzaamheid te bekampen.

Katrien Van de Weghe